X. Verkeersborden.
Verkeerstekens
In de wet onderscheiden we de volgende verkeerstekens:
- Verkeersborden.
- Verkeerslichten.
- Verkeerstekens op het wegdek.
Verkeerstekens gaan boven de verkeersregels
We onderscheiden dus drie soorten verkeerstekens: verkeerslichten, verkeersborden en verkeerstekens op het wegdek. Verkeerstekens gaan boven verkeersregels, voor zover deze regels onverenigbaar zijn met de tekens.
Tijdelijke verkeerstekens op het wegdek
Tijdelijke geplaatste of toegepaste verkeerstekens op het wegdek gaan boven de andere verkeerstekens die ter plekke zijn aangebracht op het wegdek. Je kunt bij tijdelijk geplaatste of toegepaste verkeerstekens denken aan tijdelijke gele strepen die zijn aangebracht op het wegdek om het verkeer in goede banen te leiden als er bijvoorbeeld aan de weg wordt gewerkt.
Verkeerslichten gaan boven verkeerstekens
Als weggebruiker ben je zoals eerder genoemd verplicht gevolg te geven aan de verkeerstekens die een gebod of verbod inhouden. Toch heb je wel eens te maken met situaties, waarin het verkeerslicht op groen springt en je tevens een bord voorrangsweg tegenkomt met haaientanden. Dit is dan ook de reden dat het wettelijk is vastgelegd dat verkeerslichten boven de verkeerstekens gaan die de voorrang regelen. Een elektrisch signaleringsbord is geen verkeerslicht, echter kun je hier wel de verkeersborden op aangegeven worden.
Verkeersborden
Bij verkeersborden maken we onderscheid tussen:
- Verkeersborden die een gebod, een verbod of een adviessnelheid bevatten. Dit zijn de borden in de categorie A t/m H.
- Verkeersborden die een gevaar aanduiden. Dit zijn de borden in de categorie J.
- De verkeersborden die overige informatie voor weggebruikers bevatten. Deze moeten voor zover ze niet tot de borden in categorie K en L vallen en er geen bepaald model is voorgeschreven bestaan uit een rechthoekig bord waarin letters, cijfers of symbolen in een blauw veld zijn geplaatst. Onze Minister kan hier veranderingen toestaan.
Onderborden
Onder verkeersborden kunnen onderborden worden geplaatst. Deze borden kunnen:
- Een nadere uitleg van de op de verkeersborden voorkomende aanduiding inhouden.
- Bij verkeersborden die een gebod of verbod aanduiden, een beperking van de werkingssfeer van die verkeersborden inhouden.
Tevens kunnen onderborden betrekking hebben op:
- De voertuigcategorie of groep voertuigen waarvoor de parkeergelegenheid is bestemd of dat de parkeergelegenheid is gereserveerd voor een bepaald voertuig.
- De wijze waarop of het doel waarmee het parkeren dient te geschieden;
- De dagen of uren waarop het parkeren is verboden of de dagen of uren waarop een beperking bedoeld is te gebruiken. Denk hierbij aan het gebruik van een parkeerschijf in een parkeerschijfzone waarbij bij een verkeersbord dat aangeeft dat je alleen mag parkeren met een parkeerschijf en een maximale duur op een onderbod wordt aangegeven.
- Het specifieke verkeersgebruik waarbij de uit het verkeersbord voortvloeiende geboden of verboden niet gelden. Dit zijn uitzonderingscategorieën die gelden voor bepaald verkeersgebruik die op het onderbord specifiek worden aangegeven.
Onder verkeersborden aangebrachte onderborden houden dus in:
- Een nadere uitleg van het verkeersbord.
- Ingeval op een onderbord uitsluitend symbolen voorkomen: het verkeersbord geldt slechts voor de aldus aangeduide weggebruikers of het aldus aangeduide verkeersgedrag.
- Ingeval op een onderbord het woord "uitgezonderd" in combinatie met symbolen voorkomt: het verkeersbord geldt niet voor de aldus aangeduide weggebruikers of het aldus aangeduide verkeersgedrag.
Beoogd verkeersgedrag
Indien het beoogde verkeersgedrag wordt aangegeven door middel van teksten of tekens, al dan niet in combinatie met symbolen, dan blijkt het beoogde verkeersgedrag uit het onderbord. Symbolen op onderborden hebben dezelfde betekenis als op de gewone borden die je tegenkomt.
Zoneborden
Boven enkele verkeersborden kan het woord «zone» zijn aangebracht met eventueel de als toevoeging de een aanduiding van het gebied van de zone. Indien er een aanduiding van het gebied van de zone is toegevoegd, dan geldt het verkeersbord in het aldus aangeduide gebied. Als er geen gebied is aangeduid dan geldt het bord in de gehele zone tot aan de zonegrens waarmee het einde van de zone wordt aangeduid. In dit geval kom je dus aan zowel het begin als einde van de zone een zonebord tegen. Dit geldt ook voor een parkeerschijfzone.
Laagste snelheid die geldt
Het kan zijn dat verkeerstekens een hogere maximum snelheid aanduiden dan geldt voor een bepaalde categorie voertuigen of binnen een bepaald gebied. In dit geval geldt de laagst aangegeven snelheid. Indien zowel door verkeerstekens op borden als door elektronische signaleringsorden een maximum snelheid wordt aangegeven, dan geldt ook de laagste aangegeven maximum snelheid.
Elektronische signaleringsborden
Verkeersborden mogen op een elektronisch signaleringsbord worden weergegeven. In het geval de weg is verdeeld in rijstroken kan de toepassing van een verkeersbord worden beperkt tot één of meer rijstroken.
Parkeerverbod, verboden stil te staan en plaatsingsverbod
De verkeersborden E1, E2 en E3 gelden slechts voor de zijde van de weg waar deze zijn geplaatst. Het parkeren van voertuigen en het plaatsen van een fiets en van een bromfiets is wel toegestaan op de daartoe bestemde weggedeelten:

Borden categorie A: Snelheid
Borden in deze categorie gaan over een gebod, verbod of adviessnelheid. In de praktijk kom je meerdere snelheden in de borden tegen:

Borden categorie B: Voorrang
Borden in deze categorie geven aan of je voorrang hebt of voorrang moet verlenen. De borden B1, B2, B6 en B7 hebben een unieke vorm ten opzichte van andere verkeersborden. Dit stelt je in staat om de borden ook van de achterzijde te kunnen herkennen of als bijvoorbeeld ondergesneeuwd zijn:

Een voorrangsbord na een kruispunt betekend tevens dat je buiten de bebouwde kom rijdt. Deze borden zijn vaak ook iets groter dan de voorrangsborden binnen de bebouwde kom, zodat je ze ook goed kunt zien met een hogere snelheid.
Borden categorie C: Geslotenverklaringen
Borden in deze categorie geven aan of je voorrang hebt of voorrang moet verlenen:




Borden categorie D: Rijrichting
Borden in deze categorie geven uitleg over de rijrichting:

Borden categorie E: Parkeren en stilstaan
Borden in deze categorie geven uitleg over parkeren en stilstaan:



Borden categorie F: Overige geboden en verboden
Borden in deze categorie gaan over de volgende geboden en verboden:


Borden categorie G: Verkeersregels
Borden in deze categorie gaan over de verkeersregels en duiden een begin of einde aan van een bepaald gebied of weggedeelte:


Borden categorie H: Bebouwde kom

Borden categorie J: Waarschuwingsborden





Borden categorie K: Bewegwijzering


Borden categorie L: Informatie




Onderborden:


Overige borden:


- Hoofdstukken
- Het theorie-examen bij het CBR: Hoe werkt het?
- Inleiding: Examenonderwerpen A t/m Z.
- Basisbegrippen die je moet kennen.
- A. Algemene bepalingen verkeerswetgeving.
- B. Bepalingen rijbevoegdheid en rijbewijzen.
- C. Inrichting, belading en slepen van voertuigen.
- D. Techniek, onderhoud en controle van voertuigen.
- E. Gebruik gordels en helmen; zitplaats voor passagiers.
- F. Milieubewuste en energiezuinig rijden.
- G. Risico’s i.v.m. toestand bestuurder.
- H. Risico’s i.v.m. eigenschappen en toestand eigen voertuig.
- J. Risico’s i.v.m. aanwezigheid en gedrag ander verkeer.
- K. Risico’s i.v.m. weg-, zicht- en weersomstandigheden.
- L. Handelen bij ongevallen en pech onderweg.
- M. Voor laten gaan op kruispunten (verlenen van voorrang).
- N. Voor laten gaan bij het afslaan.
- O. Voor laten gaan van blinden, gehandicapten en voetgangers.
- P. Voor laten gaan van voorrangsvoertuigen, militaire colonnes, uitvaartstoeten en trams.
- Q. Uitvoeren van / voor laten gaan bij bijzondere manoeuvres.
- R. Plaats op de weg en voorsorteren.
- S. Inhalen.
- T. Snelheid.
- U. Stilstaan en parkeren.
- V. Geven van tekens en signalen; gebruik gevarendriehoek.
- W. Gebruik van lichten.
- X. Verkeersborden.
- Y. Verkeerslichten en aanwijzingen.
- Z. Verkeerstekens op het wegdek.